FAALANGST DE BAAS TRAINING

Niet meer bang zijn om het fout te doen!

Iedereen is wel eens bang. Het is een gevoel dat ons waarschuwt op te passen of voorzichtig te zijn. Het overwinnen van bepaalde angsten hoort ook bij het opgroeien. Angst wordt echter een probleem als het niet meer is gebonden aan leeftijd en de angst uw kind het plezier in normale en dagelijkse situaties ontneemt. Is dat het geval? Dan kan het zijn dat uw kind last heeft van faalangst. Faalangst is de angst dat je iets niet kunt. Hierdoor kun je niet functioneren zoals je eigenlijk zou willen. Faalangst komt veel voor, een op de tien kinderen heeft er last van.

Herkent u bij het kind iets van het volgende?

  • Ik ben vaak bang om fouten te maken.
  • Ik voel me gespannen als ik een prestatie moet leveren.
  • Ik twijfel vaak over wat ik kan.
  • Ik voel me heel gespannen als ik omga met anderen en ben bijvoorbeeld bang dat ze me niet aardig zullen vinden.
  • Ik vind het heel moeilijk om met kritiek om te gaan.
  • Ik heb moeite om met nieuwe of onbekende situaties om te gaan
  • Ik ben soms heel boos op mezelf als iets niet lukt of als ik kritiek krijg
  • Ik vind het moeilijk om voor een groep te spreken
  • Als ik een toets maak heb ik last van black-outs

Of… twijfelt u nog, maar komt het volgende u bekend voor?

  • Angst- en stresssymptomen in een voor anderen redelijk normale tot ietwat uitdagende situatie: rood worden, veel zuchten, warm worden, zweten, hartkloppingen, black-outs (=niets meer weten/kunnen en dichtklappen), misselijkheid, hoofdpijn, slaapproblemen, woorden kwijt zijn, friemelen met handen, wiebelen, niet helpende gedachten als: ik haal het niet, ik kan het niet, ik moet het goed doen, ik mag geen fouten maken.
  • Vermijdingsgedrag: bijvoorbeeld niet naar school willen op de dag van een proefwerk of spreekbeurt, niet naar een sportwedstrijd willen, niet naar een verjaardagspartijtje willen, lui lijken of doen alsof hij er geen zin in heeft.
  • Perfectionistisch gedrag: altijd het beste willen doen, hard werken, goede prestaties leveren met veel inspanning, veel spanning en stress ervaren.
  • Teruggetrokken gedrag: stil zijn en weinig vertellen, ook niet over de angst, behalve aan mensen die hij echt vertrouwt.
  • Druk gedrag, dan is het vaak moeilijker te zien dat het om faalangst gaat.

De training wordt gegeven aan kinderen en jongeren tussen de 6 en 16 jaar.

Doel

De deelnemers leren hoe zij de faalangst de baas kunnen worden, op een manier die bij hen past. Zij leren anders omgaan met de omstandigheden die faalangst oproepen.

Er zijn drie soorten faalangst:

Cognitieve faalangst

angst voor het reproduceren van kennis en vaardigheden (bij toetsen, examens, spreekbeurten, etc)

Sociale faalangst

angst om afgewezen te worden door anderen die belangrijk voor je zijn of door negatief beoordeeld te worden door anderen

Motorische faalangst

angst bij activiteiten waarbij je je lichaam moet bewegen (wedstrijden, optredens, etc)

De methode van deze training richt zich op het verkrijgen van inzicht in de eigen faalangst en op het anders voelen, anders denken en anders doen.

Aandachtsgebieden

We werken per onderdeel o.a. aan de volgende onderwerpen.

1. Inzicht

  • Inzicht in klachten en hoe het werkt als je angstig bent
  • Zelfinzicht: je kunt en weet meer dan je denkt
  • Inzicht in oorzaken en signalen van faalangst en vaardigheden die je kunt inzetten om faalangst de baas te zijn

2. Anders voelen

  • Eigenwaarde, zelfbeeld en zelfvertrouwen
  • Actief beïnvloeden van gevoelens
  • Zelfcontrole en het gevoel de baas te zijn over gevoelens en de situatie
  • Ontspannen en ademhaling

3. Anders denken

  • Zelfinstructies, bijvoorbeeld “stop, relax, creëer ik-power en denk na”
  • Positief denken, andersom denken en het maken van helpende gedachten, denken dat fouten maken mag

4. Anders doen

  • Gebruik van weerbare lichaamstaal en stemgebruik
  • Sociale en weerbare vaardigheden waaronder:
  • Kritiek geven en ontvangen
  • Eigen mening geven en nee zeggen
  • Zeggen waar je last van hebt
  • Meedoen en omgaan met buitensluiten
  • Omgaan met grensoverschrijdend gedrag
  • Probleem oplossen
  • Humor gebruiken, lachen om dat wat mis gaat
  • Hulp vragen
  • Experimenteren met nieuw gedrag en zo ongewenst gedrag ombuigen

Opbouw

  • Intakegesprek met ouder(s)/verzorger(s) en kind;
  • Ouderavond voor alle ouders van de deelnemers. Deze avond is zonder kinderen;
  • Tien lessen van 90 minuten voor de kinderen;
  • Na de vijfde les: ouderavond om de voortgang en ontwikkelingen te bespreken. Deze avond is zonder kinderen;
  • Indien nodig is er een mogelijkheid voor follow-up trainingen, een aantal maanden na de cursus;
  • Er wordt gewerkt in kleine groepen van maximaal zes deelnemers uit min of meer dezelfde leeftijdscategorie;
  • Tijdens de bijeenkomsten maken de deelnemers gebruik van bijbehorend lesmateriaal. Iedere deelnemer ontvangt een persoonlijk werkboek.

Ook kan gekozen worden voor individuele coaching. Er wordt dan een programma op maat ontwikkeld, rekening houdend met specifieke leerdoelen van het kind. In de regel zijn acht lessen van 60 minuten voldoende.

Kijk op de agenda voor de eerstvolgende data.

Neem voor meer informatie en/of aanmelden contact op.